Opdracht 5:
Muziek in de onderbouw: kunde, kennis of kick?
Naar aanleiding van het artikel ‘Cool’, geschreven door de heer Job ter Steege.
In het artikel beschrijft meneer ter Steege in het muziekonderwijs drie kanten uit te kunnen; je kunt het ervaren door te doen, kunde, of je kunt veel te weten komen, kennis, en je kunt er een kick van krijgen. Laten we terug gaan naar de geschiedenis van het muziekonderwijs. Hoe is het muziekonderwijs tot stand gekomen?wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen 50 jaar? En wat heeft het muziekonderwijs gemaakt tot wat het nu is?
DE AARTSVADERS
Job ter Steege praat in zijn artikel over de aartsvaders van het muziekonderwijs: Willem Gehrels en Ad Heerkens. Willem Gehrels leefde van 1885 tot 1971 en is vooral bekent geworden door zijn volksmuziekschool waarbij hij ervoor zorgde dat ook het ‘gewone’ volk muziekles kon nemen. Muzikaliteit zit hem immers niet in hoeveel geld je hebt. Hij richtte deze school op 1931. Willem Gehrels was van mening dat kinderen als uitgangspunt muziek moeten beleven door in groepsverband muziek te maken. Meneer Gehrels was een man van de kennis en vond het erg belangrijk dat de westerse Europese muziekgeschiedenis en cultuur behouden bleef.
Meneer Gehrels legt de nadruk op kunde en kennis.
Heerkens legt daarentegen de nadruk op de vrije expressie vanuit het kind.
Allebei hielden ze zich bezig met kennis. Bij Gehrels ging het om de
kennis van de historie der klassieke muziek, bij Heerkens om de kennis van het
muzikaal-maatschappelijk engagement. Deze “aartsvaders” hebben dus allebei een eigen visie op het muziekonderwijs.
Persoonlijk vind ik dat zowel Gehrels als Heerkens goede visies hebben op het gebied van muziekonderwijs. Een combinatie tussen deze 2 lijkt me niet slecht.
In 1971 gebeuren er een aantal revolutionaire dingen op het gebied van muziekonderwijs in het vervolgonderwijs:
• Muziek als eindexamenvak
• grafische notatie van muziek
• emancipatie van de popmuziek
• muziek als maatschappelijk verschijnsel
• transformatie van muziek naar andere vormen van expressie.
In deze tijd werd het muziekonderwijs steeds belangrijker gevonden en financiële tekorten speelde geen rol. Hierdoor kwamen er steeds meer vakbekwame docenten voor de klas te staan. Het vak muziek werd binnen het middelbaar onderwijs als een volwaardig vak beschouwd. Tot nu toe waren de opleidingen schoolmuziek op de conservatoria erg klassiek gericht. Hier kwam verandering in toen het vak popmuziek werd geïntroduceerd op de docentenopleiding. Muziek wordt meer als een expressiemiddel gezien en het muziekmaatschappelijk engagement wordt belangrijker. Deze opvallende groei van muziekonderwijs binnen de maatschappelijke ladder heeft gek genoeg niet het gewenste effect op de werkvloer. In het middelbaar onderwijs komen wel steeds meer vakbekwame leerkrachten, maar doordat de situatie in het basisonderwijs nog steeds beroerd is, schieten de docenten in het middelbaar onderwijs handen te kort.
In de jaren ‘80 en ‘90 draait deze ontwikkeling zich aanvankelijk 180 graden om. Door deeconomische recessie wordt de geldkraan dicht geschroefd en de studie schoolmuziek moet vanaf 1982 flink bezuinigen. PABO docenten krijgen minder tijd en financiële middelen om hun studenten voor te bereiden op het muziekonderwijs. Gelukkig zijn er uit de jaren 70 genoeg vakbekwame pedagogen die nieuwe muziekmethodes ontwikkelen. De jaren 90 zijn aangebroken: muziek is op middelbare scholen een eindexamenvak geworden en de kwaliteit wordt daar bij beter.
Begin jaren ‘90 ontstaat de basisvorming (onderbouw middelbaar onderwijs) en er verschijnen verschillende muziekmethodes voor deze onderbouw en voor het examenvak.
Eind jaren ‘90 komt het algemene kunstvak CKV binnen het onderwijs.
In deze periode tot vandaag de dag worden de kerndoelen voor de onderbouw van het middelbaar onderwijs steeds aangepast en veranderd.
Nu even toegespitst op muziekonderwijs in de onderbouw. Kunde, kennis of kick? Er zijn al voor decennia kerndoelen vastgelegd betreffende het muziekonderwijs. In de laatste kerndoelen uit 2007 wordt niets gezegd over de termen kunde, kennis en kick of iets met een gelijkende strekking. Kortom, de docent bepaald zelf waar het in zijn muzieklessen om gaat. De kerndoelen worden steeds abstracter. Ik nodig je graaf uit om de kerndoelen van 1993 t/m 2007 naast elkaar te leggen en rustig te bekijken.
Kerndoelen 2007:
Kunst en cultuur
48. De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines te onderzoeken en toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.
49. De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.
50. De leerling leert op basis van enige achtergrondkennis te kijken naar beeldende kunst, te luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen.
51. De leerling leert met behulp van visuele of auditieve middelen verslag te doen van deelname aan kunstzinnige activiteiten, als toeschouwer en als deelnemer.
52. De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder dat van kunstenaars.
Scholen kunnen er zelfs voor kiezen het vak muziek niet als centraal examen op te nemen. Is er dan überhaupt nog enige controle op het niveau van de onderbouw?
Ik heb Kenza’s artikel gelezen en daaruit begrepen dat de andere groep bij stage reflectie het heeft gehad over het ARCS model; Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction. Dit model was deze les vooral toegespitst binnen het kader ‘aandacht vragen’ . Hierop is het echter ook volledig van toepassing. Kenza, bedankt!
Om kennis tot je te kunnen nemen, heb je aandacht (Attention), nodig. Zonder aandacht gaat informatie, kennis, het ene oor in en het andere oor weer uit.
Wanneer vind je informatie interessant? Als duidelijk wordt waarom informatie relevant is. “Waarom heb ik dit nodig?” “Vind ik dit leuk?” en “Moet ik hier later nog iets mee?” zijn vragen die je jezelf stelt (Relevance).
Als je dan eenmaal die kennis hebt, is het prettig om daar daadwerkelijk iets mee te kunnen. Je past je kennis toe op iets dat je gaat doen. Als dat lukt, kun je iets: kunde. Wat resulteert in het prachtige gevoel zelfvertrouwen (Confidence)
Met dit verworven zelfvertrouwen ben je bereid jouw kunnen te laten zien. Als dit succesvol gebeurd, geeft dat voldoening, Satisfaction. Of terwijl, kick!
Zoals ik al eerder zij: Kennis, kunde en kick kunnen niet zonder elkaar.
Laten wij er als toekomstige vakdocenten voor waken dat de kwaliteit van het onderwijs en de eisen waar dit aan moet voldoen door ons wordt afgebakend en het niveau niet stagneert!
aantal woorden: 1107
Bronvermelding:
Artikel: COOL door Job ter Steege 2000-6 reader
Artikel: ‘Geruisloze blindheid’, Guus Valk, NRC, 30 maart 2006 reader
Artikel: Karakteristiek van leergebied kunst en cultuur reader
Artikel: ‘Basisvorming’, de Volkskrant, Forum, 18 oktober 2001 reader
Essay: Kenza
Bijlagen: Zie kerndoelen basisvorming in de reader.