maandag 7 september 2009

Doel of middel?

Credo... raar woord is dat. Het klinkt als een soort kneedbaar speelgoed. De goedkope Rip-off van play doh. Ter zake: muziek als doel of als middel? Voor de eerste drie jaar van het middelbaar onderwijs (onderbouw) lijkt me dat vrij duidelijk: het kan allebei.


Muziek als doel
Het doel van muzieklessen is, vind ik, het maken van muziek. Ik stel mezelf de vraag: “ Wat is er nodig om muziek te maken?” Dat een kind bijvoorbeeld leert notenlezen spreekt voor zich. Maar is het ook nodig een leerling in deze fase theoretische achtergronden te leren? Ik vind dat de nadruk moet liggen op het musiceren zelf.
Wat moet een leerling dan na drie jaar kunnen? Ik wil de leerlingen graag leren begeleiden. Hiervoor moeten ze akkoorden kunnen lezen. Ook is het relevant, zoals thijs al in de les heeft benoemd, dat ze cadensen kunnen spelen als 1, 4, 5/2, 5, 1. Verder moeten ze noten kunnen lezen om op een melodie-instrument uit de voeten te kunnen. Dit geldt ook voor het zingen.

Muziek als middel

Muziek als middel zie ik op een andere manier voor me. Ik maak muziek tijdens de les met de leerlingen, niet alleen omdat ik denk dat ze iets over muziek moeten leren, maar ook omdat ze moeten leren samenwerken. Ze leren namelijk naar elkaar luisteren. Dat is niet alleen in de muziek handig, maar ook in hun verdere leven. Hoe veel zakenlui zie je niet in vergaderzalen, vasthoudend aan hun eigen visie, niet luisterend naar de boodschap van een ander persoon?! Creatieve idee”en worden op deze manier van de tafel geveegd.

Ook leren leerlingen zichzelf presenteren als ze voor de klas staan om een stuk op te voeren. Voor de ene leerling is de stap groter dan voor de ander. Ik ben er van overtuigd dat dit ook te maken heeft met de sfeer in de klas. Mijn ervaring in het presenteren leert mij: “oefening baart kunst”. Hoe vaker je presenteert, hoe zelfverzekerder je voor een groep staat. Het opvoeren van muziek kan hierin een leuke oefening zijn. Leerlingen raken zo meer overtuigd van hun eigen kunnen.

Nog een reden om muziek te maken is dat het de creativiteit stimuleert. Leerlingen kunnen zich uiten en leren lateraal denken. Door in aanraking te komen met verschillende soorten muziek, kunnen ze ook beter een eigen smaak ontwikkelen. Ook hier zullen ze zelfverzekerder van worden.

Daarnaast is het ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling. Musiceren stimuleert de hersenen van het kind. Verder zal een deel van de kinderen nog nooit in aanraking zijn geweest met het maken van muziek. De lessen bieden ze een uniek inzicht in het vak. Ze doen ervaring op in het bespelen van instrumenten en zingen.

Tot slot is het ook een welkome afwisseling in de lesweek van veel leerlingen. Leerlingen kunnen in plaats van de hele dag luisteren naar wat de docenten te vertellen hebben, ook zelf een keer ‘doen’. Dit zal het concentratievermogen bevorderen en stappen ze meer ontspannen de les wiskunde in. Mijn collega’s zullen me dankbaar zijn!

donderdag 28 mei 2009

Muziek in de onderbouw: kunde, kennis of kick?

Opdracht 5:
Muziek in de onderbouw: kunde, kennis of kick?
Naar aanleiding van het artikel ‘Cool’, geschreven door de heer Job ter Steege.

In het artikel beschrijft meneer ter Steege in het muziekonderwijs drie kanten uit te kunnen; je kunt het ervaren door te doen, kunde, of je kunt veel te weten komen, kennis, en je kunt er een kick van krijgen. Laten we terug gaan naar de geschiedenis van het muziekonderwijs. Hoe is het muziekonderwijs tot stand gekomen?wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen 50 jaar? En wat heeft het muziekonderwijs gemaakt tot wat het nu is?

DE AARTSVADERS

Job ter Steege praat in zijn artikel over de aartsvaders van het muziekonderwijs: Willem Gehrels en Ad Heerkens. Willem Gehrels leefde van 1885 tot 1971 en is vooral bekent geworden door zijn volksmuziekschool waarbij hij ervoor zorgde dat ook het ‘gewone’ volk muziekles kon nemen. Muzikaliteit zit hem immers niet in hoeveel geld je hebt. Hij richtte deze school op 1931. Willem Gehrels was van mening dat kinderen als uitgangspunt muziek moeten beleven door in groepsverband muziek te maken. Meneer Gehrels was een man van de kennis en vond het erg belangrijk dat de westerse Europese muziekgeschiedenis en cultuur behouden bleef.
Meneer Gehrels legt de nadruk op kunde en kennis.

Heerkens legt daarentegen de nadruk op de vrije expressie vanuit het kind.
Allebei hielden ze zich bezig met kennis. Bij Gehrels ging het om de
kennis van de historie der klassieke muziek, bij Heerkens om de kennis van het
muzikaal-maatschappelijk engagement. Deze “aartsvaders” hebben dus allebei een eigen visie op het muziekonderwijs.
Persoonlijk vind ik dat zowel Gehrels als Heerkens goede visies hebben op het gebied van muziekonderwijs. Een combinatie tussen deze 2 lijkt me niet slecht.

In 1971 gebeuren er een aantal revolutionaire dingen op het gebied van muziekonderwijs in het vervolgonderwijs:
• Muziek als eindexamenvak
• grafische notatie van muziek
• emancipatie van de popmuziek
• muziek als maatschappelijk verschijnsel
• transformatie van muziek naar andere vormen van expressie.

In deze tijd werd het muziekonderwijs steeds belangrijker gevonden en financiële tekorten speelde geen rol. Hierdoor kwamen er steeds meer vakbekwame docenten voor de klas te staan. Het vak muziek werd binnen het middelbaar onderwijs als een volwaardig vak beschouwd. Tot nu toe waren de opleidingen schoolmuziek op de conservatoria erg klassiek gericht. Hier kwam verandering in toen het vak popmuziek werd geïntroduceerd op de docentenopleiding. Muziek wordt meer als een expressiemiddel gezien en het muziekmaatschappelijk engagement wordt belangrijker. Deze opvallende groei van muziekonderwijs binnen de maatschappelijke ladder heeft gek genoeg niet het gewenste effect op de werkvloer. In het middelbaar onderwijs komen wel steeds meer vakbekwame leerkrachten, maar doordat de situatie in het basisonderwijs nog steeds beroerd is, schieten de docenten in het middelbaar onderwijs handen te kort.

In de jaren ‘80 en ‘90 draait deze ontwikkeling zich aanvankelijk 180 graden om. Door deeconomische recessie wordt de geldkraan dicht geschroefd en de studie schoolmuziek moet vanaf 1982 flink bezuinigen. PABO docenten krijgen minder tijd en financiële middelen om hun studenten voor te bereiden op het muziekonderwijs. Gelukkig zijn er uit de jaren 70 genoeg vakbekwame pedagogen die nieuwe muziekmethodes ontwikkelen. De jaren 90 zijn aangebroken: muziek is op middelbare scholen een eindexamenvak geworden en de kwaliteit wordt daar bij beter.

Begin jaren ‘90 ontstaat de basisvorming (onderbouw middelbaar onderwijs) en er verschijnen verschillende muziekmethodes voor deze onderbouw en voor het examenvak.
Eind jaren ‘90 komt het algemene kunstvak CKV binnen het onderwijs.
In deze periode tot vandaag de dag worden de kerndoelen voor de onderbouw van het middelbaar onderwijs steeds aangepast en veranderd.

Nu even toegespitst op muziekonderwijs in de onderbouw. Kunde, kennis of kick? Er zijn al voor decennia kerndoelen vastgelegd betreffende het muziekonderwijs. In de laatste kerndoelen uit 2007 wordt niets gezegd over de termen kunde, kennis en kick of iets met een gelijkende strekking. Kortom, de docent bepaald zelf waar het in zijn muzieklessen om gaat. De kerndoelen worden steeds abstracter. Ik nodig je graaf uit om de kerndoelen van 1993 t/m 2007 naast elkaar te leggen en rustig te bekijken.

Kerndoelen 2007:
Kunst en cultuur
48. De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines te onderzoeken en toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.
49. De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.
50. De leerling leert op basis van enige achtergrondkennis te kijken naar beeldende kunst, te luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen.
51. De leerling leert met behulp van visuele of auditieve middelen verslag te doen van deelname aan kunstzinnige activiteiten, als toeschouwer en als deelnemer.
52. De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder dat van kunstenaars.


Scholen kunnen er zelfs voor kiezen het vak muziek niet als centraal examen op te nemen. Is er dan überhaupt nog enige controle op het niveau van de onderbouw?

Ik heb Kenza’s artikel gelezen en daaruit begrepen dat de andere groep bij stage reflectie het heeft gehad over het ARCS model; Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction. Dit model was deze les vooral toegespitst binnen het kader ‘aandacht vragen’ . Hierop is het echter ook volledig van toepassing. Kenza, bedankt!

Om kennis tot je te kunnen nemen, heb je aandacht (Attention), nodig. Zonder aandacht gaat informatie, kennis, het ene oor in en het andere oor weer uit.

Wanneer vind je informatie interessant? Als duidelijk wordt waarom informatie relevant is. “Waarom heb ik dit nodig?” “Vind ik dit leuk?” en “Moet ik hier later nog iets mee?” zijn vragen die je jezelf stelt (Relevance).

Als je dan eenmaal die kennis hebt, is het prettig om daar daadwerkelijk iets mee te kunnen. Je past je kennis toe op iets dat je gaat doen. Als dat lukt, kun je iets: kunde. Wat resulteert in het prachtige gevoel zelfvertrouwen (Confidence)

Met dit verworven zelfvertrouwen ben je bereid jouw kunnen te laten zien. Als dit succesvol gebeurd, geeft dat voldoening, Satisfaction. Of terwijl, kick!

Zoals ik al eerder zij: Kennis, kunde en kick kunnen niet zonder elkaar.
Laten wij er als toekomstige vakdocenten voor waken dat de kwaliteit van het onderwijs en de eisen waar dit aan moet voldoen door ons wordt afgebakend en het niveau niet stagneert!


aantal woorden: 1107


Bronvermelding:

Artikel: COOL door Job ter Steege 2000-6 reader
Artikel: ‘Geruisloze blindheid’, Guus Valk, NRC, 30 maart 2006 reader
Artikel: Karakteristiek van leergebied kunst en cultuur reader
Artikel: ‘Basisvorming’, de Volkskrant, Forum, 18 oktober 2001 reader
Essay: Kenza



Bijlagen: Zie kerndoelen basisvorming in de reader.

zondag 24 mei 2009

Collum:
Op het VMBO moet meer aandacht en tijd besteed worden aan kunst.

Ik geef nu 3 maanden les in de onderbouw van een middelbare school aan zowel HAVO/ VWO- als VMBO- leerlingen. Waar VWO- leerlingen meer analytisch te werk gaan, houden VMBO- leerlingen van een korte uitleg en gaan dan direct aan de slag. Ook merk ik dat er onder VMBO-leerlingen een vertekend beeld heerst over kunst: kunst hoeft niet altijd saai te zijn!

E
en oorzaak van dit verschil kan zijn dat de ouders van een VMBO- leerling vaak lager geschoold zijn en dus de interesse voor kunst niet van huis uit wordt meegegeven. De interesse voor kunst moet op school worden ontwikkeld.

Het is belangrijk dat creativiteit vanaf vroege leeftijd wordt ontwikkeld. Ook is het belangrijk voor dat een kind een zo breed mogelijk spectrum aan vakken aangeboden krijgt en hieruit een richting kiest. Pas in de bovenbouw van het VMBO krijgen leerlingen het vak CKV mits ze de juiste sector hebben gekozen. Omdat veel VMBO’ers niet goed weten wat kunst inhoudt of voor hen kan betekenen, is het belangrijk een vak als CKV al eerder te geven.

Door het kunstvak CKV en de CJP- pas worden leerlingen erg gestimuleerd om naar kunst te gaan kijken en het te beschouwen; leerlingen gaan naar exposities, concerten, cabaret voorstellingen enz. Een VMBO- leerling wordt echter niet genoeg gestimuleerd ook zelf kunst te maken, terwijl het uitvoeren juist op het VMBO centraal staat. VMBO- leerlingen gaan later vaak met hun handen werken. Daarom is het voor hen belangrijk creativiteit te ontwikkelen die ze in de praktijk kunnen toepassen.

Ik zou graag zien dat de VMBO- leerling eerder in contact wordt gebracht met kunst. Aan de leerling moet duidelijk worden gemaakt wat kunst voor zijn verdere carrière kan betekenen.

Bron:
Violen? Liever `arrenbie', http://archief.nrc.nl/?modus=l&text=arrenbie+violen&hit=1&set=1&print=y, 14-10-2005
‘Laat kinderen ook zelf kunst maken’ Door Anneke Schoffelen Volkskrant 13 november 2007

woensdag 13 mei 2009

Stage ging goed.

Ik heb onder andere de Lord of the Rings les gegeven en hij liep goed:
Alle voorbereidende stappen gemaakt.
Met de klas spelenderwijs het stuk op ritmische moeilijkheden geanalyseerd.
*Uiteraard ook de notenbrij tot klank omgezet.
1 ding vergeten..... De klas had nog geen les gehad in voortekens.

Dit had ik niet opgenomen in mijn voorbereiding, simpelweg vergeten.
Nou is het zo leuk dat je jezelf direct in je les tegenkomt.
wanneer ik dit in mijn lesuitleg meeneem loopt de activiteit supergoed.
Dit is een 'fout' die ik niet meer zal maken.

De klas vond het speelstuk echt onwijs leuk en de leerlingen waren heel
erg leergierig. Na de stagereflectie vul ik dit nog aan.
Greetings!

dinsdag 12 mei 2009

The Lord of the Rings

Jongens,

Ik geef morgen een speelles aan een 1e klas. Ik ben benieuwd hoe het zal verlopen maar hier in ieder geval voor de rest mijn speelstuk!

The Lord Of The Rings!
awesome or what?

Mochten jullie geinteresseerd zijn in het bijpassende akkoordenschema? geef een gil.

Partij 2 moet overigens een octaaf lager gespeeld worden.
Reflectie van mn les krijgen jullie nog.
greetings



woensdag 6 mei 2009

Stage 22 april

WOW!!

Wat liep mijn dag uitermate super te gek!
Ik heb theorie van bluesschema's uitgelegd, de leerlingen deze schema's laten spelen en het schema ook nog voor de duidelijkheid in context geplaatst door met de hele klas een rock n roll nummer te zingen op het bluesschema. 3 vliegen in één les.

Aangezien Christiane ziek was heb ik haar speelles overgenomen. Hier kwam mijn flexibiliteit de hoek om kijken en het verraste mij behoorlijk. Ik wist niet dat ik het voor elkaar zou krijgen uit het niets een logische opbouw voor deze les te maken zodat deze vloeiend verliep. Ik ben echt verrast.

Ik ga me nu vooral concentreren de details in mijn lesgeven beter af te werken.
Ik hoop hiermee dat de leerlingen meer steun aan mij kunnen hebben wanneer ze daadwerkelijk moeten uitvoeren wat ik hen vlak hiervoor heb uitgelegd. Zo hebben ze minder vragen tijdens het oefenen en kunnen ze echt aan het werk zonder onduidelijkheden.

De andere lessen die ik in andere klassen heb gegeven verliepen ook goed en het valt me op dat ik steeds meer overzicht krijg in hoe ik mijn les zo kan opbouwen dat hij zo productief mogelijk verloopt.

zondag 19 april 2009

Casus...

Ik geef nu al een paar weken les op het Meridiaan college.
Sommige mensen zullen het schoolgebouw kennen van de bekende oud-tv soap Fort Alpha.

Anyway,
Ik loop samen met Christiane stage bij Dorien Kooi en we geven samen les aan 5 klassen op de woensdag. Wat mij opvalt is dat het me vrij gemakkelijk afgaat een speel-les of een zangles te geven. Ik kan veel dingen tegelijk doen en kan dan heel geconcentreerd werken. Het pianospelen, erbij zingen, aanwijzingen geven en kritisch luisteren naar de klas gaat mij ook steeds beter af.

Ook weet ik bij theorielessen steeds beter mijn uitleg duidelijk te structureren en het tempo er goed in te houden zodat de spanningsboog voor de leerlingen goed vol te houden is. Een goede voorbereiding met duidelijke doelen helpen mij hier erg bij. Ik sta er zelf versteld van hoe gemakkelijk dit me eigenlijk afgaat en hoe snel ik van mijn eigen fouten leer.... ehmmmm even afkloppen....

Nu de Casus:
Bij het uitleggen van notenwaarden, rusten, maatsoorten en ritmische fragmenten is het erg moeilijk deze droge stof op een boeiende manier te geven. Ten eerste: hoe leg je zoiets abstracts op een boeende manier uit?
Ten tweede: Hoe kan je in dezelfde les makkelijk toetsen of de leerlingen het begrepen hebben? En ten slot: Hoe kan ik dit alles boeiend brengen zodat de klas gemotiveerd blijft.

We hebben het er donderdag tijdens stagereflectie nog over gehad. Er kwamen goede ideeën naar voren. Ik zal ze nu niet geven maar ben des te meer benieuwd naar welke ideeën jullie hier over hebben!