Ik geef nu al een paar weken les op het Meridiaan college.
Sommige mensen zullen het schoolgebouw kennen van de bekende oud-tv soap Fort Alpha.
Anyway,
Ik loop samen met Christiane stage bij Dorien Kooi en we geven samen les aan 5 klassen op de woensdag. Wat mij opvalt is dat het me vrij gemakkelijk afgaat een speel-les of een zangles te geven. Ik kan veel dingen tegelijk doen en kan dan heel geconcentreerd werken. Het pianospelen, erbij zingen, aanwijzingen geven en kritisch luisteren naar de klas gaat mij ook steeds beter af.
Ook weet ik bij theorielessen steeds beter mijn uitleg duidelijk te structureren en het tempo er goed in te houden zodat de spanningsboog voor de leerlingen goed vol te houden is. Een goede voorbereiding met duidelijke doelen helpen mij hier erg bij. Ik sta er zelf versteld van hoe gemakkelijk dit me eigenlijk afgaat en hoe snel ik van mijn eigen fouten leer.... ehmmmm even afkloppen....
Nu de Casus:
Bij het uitleggen van notenwaarden, rusten, maatsoorten en ritmische fragmenten is het erg moeilijk deze droge stof op een boeiende manier te geven. Ten eerste: hoe leg je zoiets abstracts op een boeende manier uit?
Ten tweede: Hoe kan je in dezelfde les makkelijk toetsen of de leerlingen het begrepen hebben? En ten slot: Hoe kan ik dit alles boeiend brengen zodat de klas gemotiveerd blijft.
We hebben het er donderdag tijdens stagereflectie nog over gehad. Er kwamen goede ideeën naar voren. Ik zal ze nu niet geven maar ben des te meer benieuwd naar welke ideeën jullie hier over hebben!
stageverslag heleparkhurst 140410
16 jaar geleden
Ha die Paul,
BeantwoordenVerwijderenfijn dat het vele praten zo herkenbaar is ;)
Van die steekwoorden klopt inderdaad dat het wat meer kadert, dan doe ik nu ook al twee weken op stage. De hoeveelheid van mijn praten valt op zich best mee, het gaat alleen met zo'n tempo dat de leerlingen het niet heel goed snappen en dan nog een keer om uitleg vragen..
Over het koppelen van de theorie aan de praktijk, heb ik van mijn mentor geleerd dat je best kan beginnen vanuit de praktijk. Bijvoorbeeld met een liedje: 'horen jullie dat? dat noemen we ...' en verder met de theorie. Of juist andersom. 'Jullie kunnen in je boek lezen dat (...), op de piano klinkt dat dan zo'.
Hoe ga jij het de volgende keer nu aanpakken